De kerk werd rond 1350 gebouwd, de toren een eeuw later. Beide zijn rijksmonument. Van de heerlijkheid Persinghen is dit het enige gebouw dat overeind bleef. Waar ooit een nederzetting met een eigen kasteel lag, staan nu een kerkje, twee boerderijen en twee woonhuizen.

De toren staat niet haaks op het schip en is in een ander metselverband opgetrokken. Bouwhistorici hebben daar geen sluitende verklaring voor. In de muren zitten tekens van vóór 1570: ruitvormige ing-runen, een tweede gezicht dat je pas ziet als je ernaar zoekt, en motieven die ook in Romeinse bouwwerken voorkomen en hier mogelijk zijn hergebruikt. Archeologisch onderzoek is er nooit geweest, en nog altijd mogelijk.

Sinds 1978 is het kerkje vooral expositieruimte. Het interieur is sober en wit gepleisterd. Negen gotische ramen laten het licht binnen. Eén ervan is net iets breder dan de rest en kijkt uit op de opkomende zon. Dat raam is gewijd aan Dionysius, de patroonheilige van deze plek.